Grote kans dat er deze week ergens in jouw bedrijf een stuk tekst uit ChatGPT is gekomen: een nieuwsbrief, een productomschrijving, een eerste opzet voor een offerte. Begin oktober kondigde OpenAI aan dat precies die tekst in de EU een onzichtbaar watermerk krijgt — een signaal dat voor jou en je lezers onzichtbaar is, maar waarmee een detectietool kan vaststellen dat de tekst door ChatGPT is geschreven. De uitrol loopt de komende weken, voor alle abonnementen. Reden voor paniek is het niet, maar wie regelmatig met AI schrijft, wil wél weten hoe dit werkt en wat er verandert. Daar duiken we in dit artikel nuchter in.
Wat is er precies aangekondigd?
Op 5 oktober maakte OpenAI bekend dat tekst uit ChatGPT en programmeerassistent Codex voor EU-gebruikers een statistisch watermerk krijgt, onder de naam textGrain. Voor ontwikkelaars die via de API bouwen is het watermerk wereldwijd beschikbaar als instelling — maar daar staat het standaard uit. OpenAI is bovendien niet de eerste: Anthropic watermerkt tekst uit Claude al sinds half augustus, wereldwijd, en Google publiceerde de techniek achter zijn SynthID-tekstwatermerk al in 2024. De richting is daarmee duidelijk: de grote AI-leveranciers bouwen herkenbaarheid van AI-tekst stap voor stap in als standaardonderdeel van hun diensten.
De aanleiding is Europese wetgeving. Artikel 50 van de AI Act — van kracht sinds 2 augustus 2026 — verplicht aanbieders om AI-gegenereerde content machine-leesbaar te markeren, zodat andere systemen kunnen vaststellen dat content door AI is gemaakt. Systemen die al op de markt waren, kregen uitstel tot begin december van dit jaar; dat verklaart waarom dit nu, in het najaar, overal tegelijk gebeurt. Over wat de AI Act verder voor je bedrijf betekent, schreven we eerder een eigen artikel.
Hoe werkt een onzichtbaar watermerk in tekst?
Bij een foto kun je je er iets bij voorstellen, maar hoe watermerk je tekst zonder dat de lezer het ziet? Niet met verborgen tekens of rare spaties — het zit in de woordkeuze zelf. Een taalmodel kiest bij elk woord uit meerdere goede opties: 'ook' of 'bovendien', 'snel' of 'vlot'. Het watermerk stuurt die keuzes heel licht bij volgens een geheim patroon. Eén zin bewijst niets, maar over een paar alinea's stapelen honderden kleine duwtjes zich op tot een signaal dat een detector met de juiste sleutel kan herkennen. Voor de lezer verandert er niets merkbaars, en omdat het merk in de woorden zelf zit, overleeft het knippen en plakken. Volgens OpenAI zegt het watermerk niets over wie de tekst maakte — alleen dát hun model eraan te pas kwam.
Hoe goed werkt dat? Uit het technische rapport van OpenAI blijkt: behoorlijk, maar niet waterdicht. Bij langere Engelse teksten ligt de herkenning rond de 95 procent; bij korte teksten, andere talen en bijvoorbeeld rekenwerk aanzienlijk lager. En wie een tekst flink redigeert, verzwakt het signaal: in een test van OpenAI zelf zakte de herkenning al van zo'n 92 naar 66 procent toen één op de tien woorden werd vervangen door een synoniem. Teksten korter dan pakweg 150 woorden hoeven onder de Europese afspraken niet eens gemarkeerd te worden — je gemiddelde e-mail valt daar al onder.
Geen watermerk gevonden bewijst niet dat een mens de tekst schreef. Wél een watermerk bewijst niet hoeveel menselijk denkwerk erin zit. Een detector meet herkomst, geen kwaliteit.
Kan iedereen straks checken of jouw tekst van AI komt?
Nee — en dat is misschien wel het belangrijkste om te onthouden. De detector van OpenAI is niet openbaar: alleen goedgekeurde onderzoekers en expertorganisaties krijgen er via een aanvraagprocedure toegang toe. Ook bij Anthropic zit detectie in een besloten programma voor onder meer toezichthouders en media. Je klant, je concurrent of je schoonmoeder kan dus niet zomaar een tooltje openen en jouw nieuwsbrief doorlichten. De 'AI-detectors' die nu online rondzwerven, werken niet met deze watermerken maar met statistisch gokwerk — en die zitten er berucht vaak naast, beide kanten op.
Tegelijk is dit wel het begin van iets. Waar watermerken eerst een onderzoeksproject waren, worden ze nu infrastructuur: ingebouwd bij de grote aanbieders, afdwingbaar via wetgeving, en op termijn waarschijnlijk uitleesbaar door platforms, zoekmachines en toezichthouders. De aanname waarmee je als bedrijf wilt werken, verandert daarmee van 'niemand kan het zien' naar 'ga ervan uit dat het ooit zichtbaar is'. Wat betekent dat concreet?
Wat betekent dit voor jouw bedrijf?
Voor de meeste MKB-bedrijven verandert er in de dagelijkse praktijk weinig — als je AI gebruikt zoals het bedoeld is. Een paar nuchtere gevolgtrekkingen:
- Blijf AI gewoon gebruiken als schrijfhulp. Een watermerk is geen schandpaal: het zegt dat AI meeschreef, niet dat de inhoud niet deugt. Teksten waar jouw kennis, voorbeelden en controle in zitten, blijven gewoon jouw teksten.
- Wees eerlijk over je werkwijze als ernaar gevraagd wordt. 'We gebruiken AI als eerste pen, een mens controleert alles' is een antwoord waar je nooit op hoeft terug te komen — ook niet als een watermerk ooit uitleesbaar wordt.
- Massaproductie wordt riskanter. Wie honderden ongelezen AI-artikelen publiceert om zoekmachines te paaien, bouwt een herkenbaar spoor op. Zoekmachines straffen dunne bulkcontent nu al af; watermerken maken het alleen maar beter vindbaar.
En nee, de les is niet 'bewerk je tekst tot het watermerk weg is'. Dat kan technisch (deels), maar het lost het verkeerde probleem op. De bedrijven die last gaan krijgen van deze ontwikkeling zijn niet de bedrijven die AI gebruiken, maar de bedrijven die AI gebruiken om meer middelmaat te produceren dan een mens kan lezen. Goede content — met eigen kennis, echte voorbeelden en een menselijke eindredactie — heeft van een watermerk niets te vrezen. Hoe je zichtbaar blijft nu AI-zoekmachines de antwoorden geven, is overigens een verhaal apart; daar schreven we eerder over.
Het watermerk is geen probleem voor bedrijven die AI gebruiken — alleen voor bedrijven die AI gebruiken om meer middelmaat te produceren dan een mens kan lezen.
Bouw je zelf met AI? Dan is er wél iets te regelen
Eén groep moet hier wel even voor gaan zitten: bedrijven met een eigen AI-toepassing die tekst genereert voor klanten — een chatbot op de website, automatische offertes, gegenereerde productteksten. Via de API staat het watermerk van OpenAI namelijk standaard úít, en de transparantieplicht uit de AI Act verschuift dan naar degene die de toepassing aanbiedt: jij dus. Dat kan door het watermerk aan te zetten, of door op een andere manier duidelijk te maken dat content AI-gegenereerd is — bijvoorbeeld met een simpele vermelding bij je chatbot. Het is geen groot project, maar wel iets om bewust te regelen in plaats van te laten liggen.
Heb je zo'n toepassing (laten) bouwen, loop dan met je bouwer na hoe transparantie geregeld is — dat gesprek duurt een uur en voorkomt gedoe achteraf. Bij de oplossingen die wij bouwen nemen we dit standaard mee. Twijfel je waar je staat, doe dan de gratis AI-check, of plan een vrijblijvend gesprek. En wil je dat je team begrijpt wat AI-teksten wel en niet zijn en hoe je er verantwoord mee werkt: onze trainingen (vanaf €400 voor een sessie) behandelen precies dit soort vragen in gewone taal.